Diagnosefase
Bij uw eerste afspraak heeft u een gesprek met de behandelaar. Dit heet een anamnese. De behandelaar stelt vragen over uw bloedingsklachten en over uw familie. Met deze informatie kan nog geen diagnose worden gesteld.
Om te onderzoeken of u trombopathie heeft, is bloedonderzoek nodig. Een medewerker prikt met een kleine naald in uw arm om een beetje bloed af te nemen. Dit duurt meestal maar enkele minuten. Deze testen worden gedaan met een speciaal apparaat in het laboratorium. Daardoor kan het gebeuren dat u enkele weken tot soms een paar maanden moet wachten voordat u aan de beurt bent voor de bloedafname.
Als uw bloed is onderzocht, worden de uitslagen besproken in een team. Dit heet een MDO (multidisciplinair overleg). Bij dit overleg zijn uw behandelaar, hematologen, de verpleegkundig specialist en medewerkers van het laboratorium aanwezig. Samen bekijken zij de uitslagen. Na het overleg krijgt u een gesprek met uw behandelaar om de uitslagen en het vervolg met u te bespreken.