Hemofilie A en hemofilie B

Hemofilie is een erfelijke afwijking in de bloedstolling die voornamelijk bij mannen voorkomt. In Nederland hebben ongeveer 1700 mannen hemofilie. Vrouwen kunnen echter wel draagster zijn, wat inhoudt dat zij de aandoening aan hun kinderen kunnen doorgeven. Bij hemofilie is er sprake van het geheel of gedeeltelijk missen van een stollingsfactor. Er zijn twee vormen hemofilie: hemofilie A en hemofilie B. Het verschil zit in de stollingsfactor die ontbreekt. Bij hemofilie A gaat het om stollingsfactor VIII (8) en bij hemofilie B gaat het om stollingsfactor IX (9). Hemofilie A komt vaker voor. Afhankelijk van de hoeveelheid stollingsfactor die u mist kan bepaald worden of er sprake is van ernstige, matig-ernstige of milde hemofilie.

Symptomen

Afhankelijk van de ernst van de hemofilie kunt u merken dat u sneller blauwe plekken heeft en langer bloedt na een kleine verwording, na een bezoek aan de tandarts of bij een operatie. Typisch zijn bloedingen in spieren en gewrichten die u kunt krijgen bij stoten of botsen. Ook kunnen bloedingen spontaan ontstaan. Bij de ernstige vorm van hemofilie wordt bij patiënten de ontbrekende stollingsfactor aangevuld.

Erfelijkheid

Het gen dat verantwoordelijk is voor het ontstaan van hemofilie ligt op het X-chromosoom (het geslachtschromosoom). Hemofilie komt daarom bijna alleen bij mannen voor. Vrouwen zijn draagster van hemofilie en geven de ziekte door (geslachtsgebonden overerving), zelf hebben vrouwen bijna nooit klachten.

Kinderen kunnen we voor de geboorte al onderzoeken op hemofilie. Kinderen met hemofilie krijgen zeer snel blauwe plekken en huilen meer. 

Lees meer erover: Ziektebeelden | Hematologie Maastricht

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.